Wanneer het na intake of bij de rechtbank onduidelijk is of er voldoende(pedagogische) voorwaarden aanwezig zijn om het contact tussen de uitwonende ouder en het kind te herstellen, of wanneer de draagkracht, draaglast of weerstand van kinderen of ouders twijfels oproept over begeleidbaarheid en mogelijkheid tot samenwerking, kan worden besloten tot een proefplaatsing. Een proefplaatsing kan resulteren in een gewone plaatsing of in een eindrapportage en -advisering. Een proefplaatsing kàn bestaan uit oudergesprekken, kindergesprekken, proefcontacten, overleg met derden (voogd, behandelend therapeut of -psychiater).
Proefplaatsingen worden altijd in het Omgangshuis gerealiseerd.
Externe factoren worden niet door het Omgangshuis onderzocht of beoordeeld, buiten datgene dat concreet in het Omgangshuis wordt geobserveerd. Verder onderzoek zoals een veiligheidsonderzoek, is een taak voor derden zoals de Raad voor de Kinderbescherming, AMK, psychiater of justitie. Het Omgangshuis kan naar aanleiding van de proefplaatsing wel advies over verder onderzoek uitbrengen. Proefplaatsingen worden intern gemonitord door de Gz-psycholoog van het Omgangshuis.